Mercedes Azpilicueta, Doris Denekamp & Geert van Mil, Fotini Gouseti, Anna Maria Łuczak, Fran Meana, Carme Nogueira, Charlotte Schleiffert, Werker Magazine

Rotterdam als case study
Rotterdam is een perfecte case study van een laatkapitalistische stad waar door de voortdurende verplaatsing van mensen en goederen in de haven een economie in beweging is ontstaan. Ooit was de haven het dominante beeld van Rotterdam: met haar schepen, dokken en arbeiders – zwetend, zwoegend en hijsend, vastgelegd door iconische fotografen als Cas Oorthuys, Ben van Meerendonk en Robert de Hartogh. In de afgelopen zestig jaar is Rotterdam geleidelijk van een industriestad veranderd in een recreatiestad waar meer toeristen naar toe komen dan ooit, mede dankzij hedendaagse architecturale iconen zoals de Markthal.

Kunst en arbeid
Kunst heeft een moeizame relatie met arbeid. Vaak is kunst omschreven als een artistieke drang die verder gaat dan wat plicht en arbeid van ons vragen, en als onvergelijkbaar met werk omdat het niet in de gangbare kaders van werk te vatten is. Maar nu de grenzen tussen intellectuele en immateriële arbeid en manuele arbeid geleidelijk verdwijnen, wordt kunstarbeid steeds vaker representatief gesteld voor het functioneren van de maatschappij als geheel. Dit roept nieuwe vragen op over de rol van de kunstenaar in de samenleving en de politieke dimensie van kunst. Hoe wordt arbeid vandaag verbeeld in de wereld van de kunst? Wat is de actuele status van artistieke productie? Wat is werk?

De tentoonstelling bracht artistieke opvattingen samen over kwesties rondom ‘werken’ en de ‘subjectiviteiten’ die daar uit voortkomen. Tegelijkertijd ging de presentatie ook in op wat het betekent om vandaag als kunstenaar te werken.

lees meer

Over de kunstenaars

Mercedes Azpilicueta exloreerde in een video-installatie het sociale geluidslandschap van Rotterdam, en nam daarbij het performancewerk van de futuristische kunstenaar Valentine de Saint-Point als uitgangspunt. Ze gebruikte gesproken taal als medium om duidelijk te maken hoe sociale, economische en politieke identiteiten in het dagelijks taalgebruik worden geconstrueerd.

Het collectief Informal Strategies (Doris Denekamp & Geert van Mil) nam het herbarium van de socialistische revolutionaire Rosa Luxemburg als uitgangspunt. Zelfs tijdens haar politieke gevangenschap verzamelde Luxenburg planten. Door een reeks wandelingen te maken en planten te verzamelen rond een distributiecentrum van Amazon in Leipzig, koppelden de kunstenaars Luxemburgs wandelgewoonten aan het dagelijkse werk van de lokale arbeiders.

Carme Nogueira presenteerde ‘Rotterdamweg’, de eerste in een reeks onderzoeks- en performanceprojecten over hoe Europese industriesteden naar postindustriële steden transformeerden. Nohueira benaderde de stedelijke ruimte als een weefsel van microverhalen uit het verleden. Middels posters maakte zij die verhalen zichtbaar in de straten van de stad, en ging ze in gesprek met voorbijgangers.

Charlotte Schleiffert stelde een muurcollage samen van kleine, politiek geëngageerde tekeningen  over onderwerpen als intolerantie, macht, onderdrukking en armoede, die ze in de loop van de jaren op uiteenlopende plekken maakte. Het werk vormde een gecomprimeerd retrospectief over mondiale arbeidsomstandigheden.

Anna Maria Łuczak koppelde observaties over de postfordistische stad aan ‘behind-the-scenes’ beelden van een verslag dat zij in opdracht van een lokale tv-zender maakte over Poolse arbeidsmigranten in Nederland, om de seizoenarbeiders aan de inwoners voor te stellen. Veel van de gesprekken die Łuczak met de arbeiders voerde, werden niet gebruikt in de tv-documentaire.

Fotini Gouseti richt zich vaak op de angst voor het onzekere, het ondefinieerbare, die volgens haar tot een ideologie heeft geleid die de basis vormt van onze maatschappij. Zij maakte een werk over het testen van het luchtalarm, dat elke eerste maandag van de maand om 12 uur ’s middags in Nederland klinkt. Het luchtalarm heeft al meer dan vijftig jaar niet als een echt alarmsignaal hoeven functioneren.

Fran Meana baseerde zich op de betonnen reliëfs die dankzij een curieus pedagogisch programma zijn achtergebleven in een mijnstadje in het noorden van Spanje. De reliëfplaten staan vol met geometrische motieven om de plaatselijke arbeiders en hun kinderen vertrouwd te maken met de principes van geografie, grammatica en geometrie. Deze reliëfbeelden vormen een van de weinige materiële sporen van de overgang van een industriële naar een informatie-economie, een nieuw arbeidsregime.

Kunstenaar Marc Roig Blesa en grafisch ontwerper Rogier Delfos maken sinds 2009 Werker Magazine, een reeks publicaties over arbeid en de functie van fotografie in de samenleving. In TENT presenteerde Werker Magazine het doorlopende project ‘Young Worker Camera’: een archiefpresentatie van meer dan 500 beelden die de relatie tussen jonge mensen en arbeid representeren. Ook organiseerde Werker Magazine een aantal workshops volgens de methodologie van de Worker-Photography Movement, die in de jaren 1920 in Duitsland ontstond en zich daarna verspreidde over Europa, Amerika en Japan.

De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt door Acción Cultural Española.