Awoiska van der Molen, Aleksander Komarov, Stereo Architects, Jan Adriaans, Monadnock, Tonio de Roover

In de zwart-wit fotografie van Awoiska van der Molen lijken gebouwen zich onverstoorbaar te onttrekken aan de snelheid van het dagelijks bestaan. Van der Molen reisde naar verschillende grote steden, waar ze in de achterafbuurten aan de randen van de stad haar beelden vindt. Ze fotografeerde meestal ’s avonds of ’s nachts, waardoor er in het beeld geen spoor van menselijke activiteit te bekennen is. Door de keuze van architectuur, de locatie, de natuurlijke belichting en de nuanceringen in de zwart-wit afdrukken, suggereren de beelden een wereld die niet aan externe invloeden onderhevig lijkt te zijn.

In de film ‘On Translation: Transparency/Architecture Acoustique’ van Aleksander Komarov staat het begrip ‘vertaling’ centraal. De kunstenaar filmde beelden van de Van Nellefabriek in Rotterdam en van de nieuwe Reichstag in Berlijn en legde een verband tussen de inzet van transparantie in vroeg-modernistische en hedendaagse glas- en staalarchitectuur. De film heeft drie delen. Het beeld blijft min of meer gelijk, maar de geluidsband evolueert: in het eerste stuk hoor je omgevingsgeluiden, in het tweede een compositie van Gleb Shutov en het geluid van de componist Elvira Plenar.

Finbarr McComb en Pieter Sprangers richtten in 2006 het bureau Stereo Architects op. Een belangrijk uitgangspunt voor hun projecten is de inspiratie op de bestaande context. Zoals bij de inzending van een ontwerp voor de Rotterdamse ideeënprijsvraag ‘Burgemeester zoekt woning’ in 2007. Stereo Architects koos een steigerlocatie nabij de Willemsbrug op Noordereiland. De steiger wordt geflankeerd door twee bestaande bakstenen torens. Geïnspireerd op de torens ontstond het ontwerp voor de burgemeesterswoning Oude Willem.

lees meer

Jan Adriaans fotografeerde interieurs waarin voorgrond en achtergrond, boven- en onderzijde lijken samen te vloeien. Elke notie van ruimtelijkheid verdwijnt in de verwarrende relatie van schaal en diepte. In de serie foto’s van een kantoorgebouw in Buenos Aires waar hij verbleef, wordt de huid van het gebouw bijna als vlees. Foto’s van semi-openbare gebouwen in Rotterdam tonen anonieme entrees, kamers en doorgangen. In de interieurs introduceert hij regelmatig een door hemzelf aangebrachte toevoeging. Het zijn elementen – een kussen, een strook geplakt tape, een lichtsnoer – die in de gefotografeerde omgeving aandoen als mysterieuze vingerwijzingen van een afwezige regisseur.

Het architectenbureau Monadnock (bestaande uit Job Floris, Sandor Naus en Floris van der Poel) beschouwt de stad als een landschap waarin de elementen met verschillende snelheden veranderen. Gebouwen veranderen zeer traag en vormen het hardste materiaal, vergelijkbaar met een Monadnock, het type berg dat na een langdurig proces van erosie overblijft in een landschap.

In zijn installaties en objecten gebruikte Tonio de Roover plastic objecten en voorwerpen uit ons dagelijks leven zoals luxaflex, tassen en rekjes van de koelkast. Zijn objecten tonen de sporen van hun oorspronkelijke bestaan. De Roover haalt ze weg uit hun natuurlijke habitat, koppelt ze aan andere voorwerpen en voegt vaak kunstlicht toe. Zijn ensembles hebben het karakter van een cinematografische setting. De achtergebleven attributen vertellen het verhaal van een onbekende scène die zich hier eerder heeft afgespeeld.