Antistrot, Bima Engels, Olphaert den Otter, Jan van de Pavert, Ewoud van Rijn, Simon Schrikker, Lidwien van de Ven, Freya Wisman, Bas Zoontjens

Reclame en wederopbouw
In een historisch deel, samengesteld door Herbert Mattie, toonde de expositie hoe de muurschildergeschiedenis van Rotterdam begon met de vooroorlogse reclame- en bioscoopschilders. Zij gaven het publiek vaak een eerste kennismaking met erotisch getinte reclame en hanteerden de uitspraak ’mooi van verre’ als adagium. Tijdens de oorlogsjaren werd, ondanks alles, een poging gedaan het centrum op te vrolijken door noodwinkels te voorzien van schilderingen. De jaren van de wederopbouw worden samengevat in de manifestatie E 55, met nieuwe energie als optimistisch thema. Kunstenaars kregen opdrachten om de binnenwanden van het manifestatiegebouw te beschilderen. Voor de 100 meter lange buitenmuur ontwierp Karel Appel een Energiewand.

Activisme en verfraaiing
De jaren zeventig kenmerken zich door een tweedeling. Enerzijds waren er kunstenaars die vonden dat buitenmuren uitermate geschikt waren om hun onvrede met de politiek en de slechte woonomstandigheden kenbaar te maken. Deze groep sympathiseerde met de politieke vluchtelingen uit Chili in Rotterdam, die werkten in de Latijns-Amerikaanse traditie van politieke muurschilderingen. Het Chileense Monument, een zuil op het Stationsplein, is een bekend voorbeeld van hun engagement: jarenlang waren de schilderingen van de Luis Corvalan Brigade een activistische groet aan bezoekers van de stad.

Tegenover de geëngageerde kunstenaars stonden de kunstenaars die de stad wilden verfraaien. Kunstenaar Cor Kraat werd met een beurs van het ministerie van Cultuur naar de Verenigde Staten gestuurd om voorbeelden te verzamelen. Het fenomeen Townpainting was geboren voor Rotterdam. In opdracht van de Rotterdamse Kunst Stichting (RKS) werden vele ’wallpaintings’ uitgevoerd, maar helaas zijn er weinig van over.

lees meer

Nieuwe opdrachten in TENT
Vandaag is de muurschilderkunst in de openbare ruimte in een moordende beeldconcurrentie terecht gekomen met andere uitingen van visuele informatie. Grote ideologieën zijn verdwenen en de hedendaagse geglobaliseerde context is misschien ook niet meer in een eenduidig beeld te vangen. Het tweede gedeelte van de dubbel-tentoonstelling onderzoekt met negen nieuwe, monumentale werken op de muren van TENT hoe beeldende kunst omgaat met deze veranderingen. De deelnemende kunstenaars vertalen hun engagement in persoonlijke werelden. Ze hanteren een beeldtaal die metaforisch, raadselachtig en gelaagd is, en daarmee de complexiteit van de werkelijkheid dicht op de huid zit.

Het werk van Jan van de Pavert en Olphaert den Otter wordt gekenmerkt door een diepgaande interesse in (kunst)geschiedenis en de kracht van ideologische symbolen. De realistische groeps-taferelen van Van de Pavert bevatten vaak een maatschappelijk commentaar zonder moraliserend te zijn. Olphaert den Otter schildert schamele onderkomens, die soms doen denken aan de hutjes van daklozen, en die ook een lange traditie kennen in de religieuze schilderkunst.

De schilders Simon Schrikker en Bima Engels drukken zich uit in een expressionistische vormentaal. Op de schilderijen van Schrikker figureren anonieme honden, vaak in wilde agressie of wanhopige beweging. Engels schildert met grote gebaren en in felle kleuren monumentale wachters wiens taak het lijkt om de wereld van de verbeelding te bewaken.

Freya Wisman stelt in haar gedetailleerde tekeningen van exotische dieren een portret van sociaal groepsgedrag op. Vaak vormen de titels van haar werk een commentaar op de interactie van de groepen.

In de werken van Bas Zoontjens en Ewoud van Rijn vertegenwoordigen desolate omgevingen een stadium van een wereld die zijn natuurlijke kanten lijkt te zijn kwijtgeraakt. Bas Zoontjes verwerkt organische referenties in architectonische bouwsels. Geometrische vormen zweven door een verstilde ruimtelijkheid. De tekeningen, aquarellen en schilderijen van Ewoud van Rijn lijken verwant aan surreële kunst en hebben soms een cartoonachtig handschrift.

In haar introverte zwart-wit foto’s en billboards houdt Lidwien van de Ven zich bezig met ethische kwesties en vragen over wat een beeld wel en niet kan vertellen, hoe het zichtbare aan het onzichtbare relateert. Zij bezocht plaatsen in het Midden-Oosten die een rol spelen in actuele politieke conflicten.

De eclectische, chaotische en ogenschijnlijk onsamenhangende werken van het collectief Antistrot weerspiegelen de stroom van beelden, indrukken en verleidingen waaraan wij dagelijks worden blootgesteld. Juist door de consumptiemaatschappij volledig te accepteren, willen ze onzichtbaar geworden schakeringen van onze werkelijkheid blootleggen.

kunstenaars

Antistrot, Bima Engels, Olphaert den Otter, Jan van de Pavert, Ewoud van Rijn, Simon Schrikker, Lidwien van de Ven, Freya Wisman, Bas Zoontjens