17.11.2006 - 14.01.2007

Sense and Sensitivity

Rossella Biscotti (IT), Susanne Kriemann (DE), Toine Klaassen (NL), Axel Reusch (DE), Boris van Hoof (NL), Lizan Freijsen (NL)

Als er al zoiets is als ‘het Rotterdamse’ in de kunst, dan wordt dat vaak benoemd als maatschappij-kritisch, confronterend en in-your-face. Sense and Sensitivity introduceert een aantal jonge Rotterdamse kunstenaars wiens werk juist gekenmerkt wordt door grote sensitiviteit, aandacht voor artistiek onderzoek, en een esthetisch perspectief. De kunstenaars in Sense and Sensitivity verkennen oude geschiedenissen of brengen historie terug tot een persoonlijk relaas.

Rossella Biscotti (1978, Molfetta) leerde Rotterdam via een artist-in-residence kennen. Haar film- en videowerk heeft een esthetiek die doet denken aan de Italiaanse neorealistische filmkunst van de jaren vijftig. In TENT zal haar film The Sun Shines in Kiev in première gaan. In de film staat de Russische filmer Shevchenko centraal. In 1986 was hij een van de eersten die na de Tsjernobyl-ramp ter plekke aanwezig was, en de gevolgen van de ramp registreerde. Op zijn filmrol bleken onverklaarbare witte vlekken te zitten—het gevolg van de schadelijke straling, vrijgekomen tijdens de Tsjernobylramp. Een zichtbaar bewijs van dit zo onzichtbare fenomeen dat de Russische overheid liever had ontkend.

Onderzoek is een wezenlijk onderdeel van de artistieke praktijk van Susanne Kriemann (1972, Erlangen). Ze verbleef in 2006 enige tijd in Cairo, waar ze geboeid raakte door de kwestie rond een monument van farao Ramses, dat in de openbare ruimte van Cairo staat opgesteld. Het beeld heeft sterk te lijden gehad onder de luchtvervuiling. Het dilemma voor het stadsbestuur was: moet het beeld blijven staan als symbool van een trots Egypte, of moet het museaal worden bewaard als symbool van een voorbije geschiedenis? De gemoederen liepen hoog op. Kriemann presenteert haar bevindingen in de vorm van videowerk, foto’s, een krant en een sculptuur, en biedt een artistiek perspectief op een politiek-ideologische kwestie.

Toine Klaassen (1973, Eindhoven) werkt in TENT in zijn Laboratorium Voor Hedendaagse Archeologie. Klaassen vraagt aandacht voor de poëzie van het onooglijke, het kleine en het veronachtzaamde. Hij verzamelt zonder vooropgezet plan weggegooide voorwerpen in zijn omgeving en gaat daar vervolgens mee aan de slag. Het werk ontstaat vaak onder de ogen van het publiek in een performatieve setting, waarbij hij het absurdistische niet schuwt. Of zoals Klaassen zelf stelt: ‘Als je een vlinder met je handen vangt gaat het poeder van zijn vleugels af en blijft er een vodje over.’

Met zijn installatie Moving Portrait studeerde Boris van Hoof (1978, Eindhoven) in juni 2006 af aan de Willem de Kooning Academy Rotterdam. Moving Portrait is een ingenieuze installatie waarin de 16mm filmprojector een hoofdrol speelt. Drie projectoren draaien in een eindeloze loop filmstrips. De strips worden langs een stellage van metalen buizen omgeleid. Het beeld is leeg, betekenisloos, totdat uit het samenspel van de stroken een gezicht opdoemt, het gezicht van Boris van Hoof. Het gebruik van celluloid heeft iets nostalgisch, maar dan een nostalgie die door Van Hoof wordt ingezet in een pleidooi voor authenticiteit en uniciteit.

Het werk van Axel Reusch (1970, Freiburg) laat zich ondanks zijn objectmatig karakter nog nét benoemen als schilderkunst. Het werk heeft een formeel karakter, is ongenaakbaar en ondoorgrondelijk. Sommige objecten zijn gemonteerd aan de wand, andere staan op de vloer of leunen tegen de muur. De wereld die Reusch verbeeldt is intiem en nabij. Hij verwijst naar zaken uit het dagelijks leven: objecten van de straat of uit het huis. Licht, schaduw, ruimte, ze worden niet afgebeeld maar gecreëerd met eenvoudige middelen. Daarom zijn de werken ook autonoom, leesbaar als een op zichzelfstaand object.

Het werk van Lizan Freijsen (1960, Zwijndrecht) is in TENT te zien als subtiele tentoonstellings-vormgeving en parasitaire interventie. Freijsen werkt al ruim vier jaar aan een Vlekkenarchief, een verzameling vochtplekken en schimmels ontleend aan bestaande vlekken uit huizen in Rotterdam. Ze zal het project in het voorjaar 2007 afsluiten met een publicatie. Parasiterend op de architectuur van TENT trekken de vlekken een verbindend spoor door de ruimten. Het zijn tekenen van verval, van natuur die zich nooit laat temmen, omgevormd tot een ongewone bron van schoonheid, ergernis of inspiratie.