informatie

Highlights

Vullen/Voelen – Openingstentoonstelling TENT (09.09, 1999 – 09.10, 1999)
Met de spectaculaire act BAD.Weather, van het Rotterdamse kunstenaarsinitiatief B.a.d. Enterprises werd de nieuwe tentoonstellingsruimte van het Centrum Beeldende Kunst geopend. Twaalf glazenwassers zeemden synchroon de drie verdiepingen ruiten van het pand aan de Witte de Withstraat 50, waarna het publiek met paraplu, om niet nat gesproeid te worden, het pand kon betreden. TENT werd gepresenteerd als werkplaats. Vullen/Voelen ging over de ervaring van ruimte of bepaalde aspecten daarvan. Rotterdamse kunst stond centraal en werd gepresenteerd in een (inter)nationale context met aandacht voor andere disciplines. Maandenlang woonden en werkten de kunstenaars van Cucosa, Dwight Marica, Olaf Brandt, Henri Lammers, Rivelho Marica, Erik Hombrink en Jan Brandt in één van de ruimtes van TENT. Vanuit mobiele en schakelbare eilanden ondernamen ze activiteiten. Diederik Klomberg eigende zich een ruimte toe door met gekleurde draden een driedimensionaal ‘trompe- l’oeil’ te creëren. Roel Meelkop en Shinichi Yanai gebruikten licht en geluid als bindend middel. Voor Liam Gillick (Londen) was de tentoonstellingsruimte een podium waarop zich een mogelijk scenario zou kunnen afspelen. De sculpturale vormen van Hendrik-Jan Hunneman refereerden aan bouwkundige elementen, maar ontkenden elke architectonische functie doordat ze hinderlijk laag hingen en leken te zweven. Op de eerste etage werd door Jos Bongers (Utrecht) het publiek uitgenodigd de ruimte letterlijk en figuurlijk te ‘betekenen’ met tekst door middel van plakletters.

Hey, International Competition Style (19.02, 2000 – 19.03, 2000)
Gastcuratoren Erik van Lieshout, Dierk Schmidt en Amelie von Wulffen nodigden kunstenaars uit Berlijn uit die op hun beurt anderen uitnodigden in deze onorthodoxe internationale uitwisseling (New York, Wenen,Rotterdam,Londen enz). De deelnemende kunstenaars (Christoph Schaeffer, Linda Bilda, Amelie von Wulffen, Daniel Knorr, Lucio Auri, Erik van Lieshout en Jeroen Jacobs) weerden zich in geschrift of beeld tegen de oprukkende marketing en kapitaalpolitiek van steeds dichter naar elkaar groeiende ondernemingen en overheden. Na een intensieve opbouwperiode waarin heel veel gediscussieerd werd, was de drukbezochte opening een succes, mede door de performance van Erik van Lieshout, die champagne drinkend in zijn zelfgebouwde Hot Tub zat. Onderdeel van de tentoonstelling was een spectaculaire publieke interventie van Daniel Knorr, die de molen zonder wieken in Rotterdam-Delfshaven gedurende een aantal uren voorzag van nieuwe windturbine-wieken.

Tante Leny Exposeert Weer (08.12, 2000 – 07.01, 2001)
Het vermaarde stripblad Tante Leny Presenteert verscheen voor het eerst in 1971. Tot 1978 verschenen er onregelmatig nieuwe nummers van ‘Nederlands kleinste stripblad’, opgezet door striptekenaars die elkaar van andere tijdschriften kenden. De tentoonstelling toonde het verleden van Tante Leny en een beeld van de ontwikkeling van de tekenaars van toen zoals Joost Swarte, Peter Pontiac, Evert Meulen, Aart Clerkx, Evert Gerardts. Ook was er ruimte op papier en beeldscherm voor tijdschriften als Zone 53oo en Furore. Een bijzondere plaats nam het werk in van de Rotterdammer Han Hoogerbrugge. Sinds 1996 presenteert hij zichzelf als stripfiguur in animaties en strips die verschenen in diverse tijdschriften en op internet. Iedere animatie vertelt een ultrakort verhaal waarin hij de dagelijkse gekte verbeeldt. Van Tante Leny verscheen speciaal voor de tentoonstelling een jubileumnummer.

Anna, Mijn Plaats aan Tafel (19.12, 2003 – 18.01, 2004)
Overzichtstentoonstelling van het werk van Anna Verweij-Verschuure, pionier op het gebied van textielwerken, jong overleden (1935-1980) en pas de laatste jaren van haar leven succesvol. Vele Nederlandse musea hebben haar werk in de collectie, zoals het Stedelijk Museum Amsterdam, Frans Hals Museum, Textielmuseum Tilburg en Boijmans van Beuningen Rotterdam. De tentoonstelling werd gepresenteerd ter gelegenheid van het verschijnen van de monografie Anna, Mijn Plaats aan Tafel, van kunsthistorica Henriette Heezen. Vrijwel het gehele oeuvre van Anna was in TENT te zien. In twee aparte zalen werden werken van tijdgenoten en van jonge verwante kunstenaars getoond: de tijdgenoten waren Hans Verweij, Jan Schoonhoven, Ferdi, Marinus Boezem, Krijn Giezen, Cornelius Rogge en Harry Boom. Jonge textielkunstenaars: Sofie Boon, Liesbeth Touw, Esther Dercks, Afke Golsteijn en Saminta Ekeland.

Tracer (09.09, 2004 – 24.10, 2004)
Tentoonstellingsproject in samenwerking met Witte de With ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van TENT. Tracer werd gepresenteerd in het gehele gebouw, begane grond, tweede en derde verdieping. Tracer bestond uit deeltentoonstellingen, symposia en multi-avonden met discussies, lezingen en video/film. Zes curatoren werd gevraagd hun visie te geven op de kunst in Rotterdam: Andreas Broeckman/Stefan Riekeles (DE) namen de oliereserve in de haven als metaforisch uitgangspunt met o.a. Joe Cillen, Ursula Biemann en Joost Conijn; Ritsaert ten Cate (NL) ging uit van De Verwoeste Stad van Zadkine en toonde werk van Anna, Cathrin Boer, Axel van der Kraan, Daan van Golden e.a.; Annie Fletcher (IE) & Sarah Pierce (VS) richtten het Paraeducation Department op; Thomas Michelon (FR) presenteerde Cultural Transfers: Histories and Sharings met Bojan Sarcevic, Matti Braun en Melvin Moti; Pelin Tan (TR) nodigde The Buggers, Libia Perez & Olafur Olafson en Jan Konings uit voor een analyse van de invloed van het locale kunstklimaat; Waanja (CZ) presenteerde ‘gesubsidieerde en getolereerde’ openbare kunst in Rotterdam, met Nafer, Bibo, Nicoline van Harskamp, Hieke Pars en Robin van ‘t Haar.

Wakaman (28.10, 2005 – 22.12, 2005)
Letterlijke vertaling uit het Sranan Tongo; lopende man, figuurlijke vertaling; degene die zichzelf opzettelijk buitenspel plaatst om vanuit die positie te ageren tegen en reflecteren op waar hij zich tegen afzet. De deelnemende kunstenaars Michael Tedja, Remy Jungerman, Gillion Grantsaan en Dwight Marica hebben een diepgaande affiniteit met kunst die op niveau doordrongen is van waarden. Voor alle kunstenaars geldt de grootstedelijke, geglobaliseerde ‘Umwelt’ als een referentiepunt. Ter bevestiging van bovenstaand statement hadden de Wakamankunstenaars vijf vrouwelijke kunstenaars uitgenodigd Miek Hoekzema, Judith Heinshohn, Fabiola Veerman, Rose Manuel en Juliette Tulkens om de tentoonstelling op een later tijdstip te vervolmaken.

Electromagnetic Bodies (04.05, 2006 – 04.06, 2006)
In samenwerking met V2_Instituut voor Onstabiele Media. Internationaal reizende tentoonstelling, geïnitieerd in Canada, uitgebreid met Rotterdamse kunstenaars. Electromagnetic Bodies toonde een breed scala aan kunstwerken van geluids- en mediakunstenaars. Uitgaande van het menselijk lichaam als bron, geleider van elektromagnetische golven stelden de kunstenaars zich de vraag hoe deze dynamische energie onze zintuiglijke waarneming beïnvloedt. Naast de buitenlandse kunstenaars (AE Lab, Jean-Pierre Aubé, Craig Baldwin, Simone Jones, Marie-Jeanne Musiol, Carsten Nicolai, Paulette Phillips, Catherine Richards, Jocelyn Robert en David Tomas) werk van Michiel van Bakel, Bill Spinhoven, Marheusz Herczka, Edwin van der Heide, Marnix de Nijs en Daan Roosegaarde.

Wendelien van Oldenborgh – As Occasions (12.09, 2008 – 09.11, 2008)
As Occasions was het eerste grote overzicht van het werk van de Rotterdamse kunstenaar Wendelien van Oldenborgh, en de eerste solotentoonstelling in de programmering van TENT. In acht dia- en filminstallaties werden episoden uit de Nederlandse koloniale geschiedenis (Indonesië, Brazilië, Suriname) naast verhalen over subculturen geplaatst. Ze boden een rijke schakering van standpunten over de sociale realiteit van nu. Mauritsfilm beleefde zijn première in de tentoonstelling, gefilmd in de zomer voorafgaande aan de tentoonstelling in Recife in Noordoost Brazilië. Het werk kan gezien worden als een evocatieve reflectie op de huidige worsteling van de Nederlandse samenleving met kwesties als nationale identiteit. Het ruimtelijke ontwerp van de tentoonstelling was van architect Milica Topalovic. Bij de tentoonstelling verscheen een publicatie. Tijdens de druk bezochte opening voerden de Rotterdamse brassband 010 en rapper Salah Edin het muziekstuk Als ik eens Nederlander was uit.

Mooi van ver – Muurschilderingen in Rotterdam (06.11, 2007 – 10.01, 2008)
Ter gelegenheid van het verschijnen van de publicatie Mooi van Ver- Muurschilderingen in Rotterdam van auteur Siebe Thissen, presenteerde TENT in een dubbeltentoonstelling de geschiedenis van de Rotterdamse muurschildering en negen nieuwe werken op de wanden van TENT. Het historische gedeelte liet documentair materiaal zien van bekende werken in de stad zoals Co Westeriks Touwtje Springend Meisje, de activistische muurschilderingen van Chileense Brigades en bijna vergeten genres als Townpainting van o.a. Lee, Cor Kraat en Hans Citroen. De presentatie van het historische gedeelte was in handen van de vormgevers Ooze die het publiek via steigers het historische gedeelte van de tentoonstelling lieten bekijken. Voor de nieuwe werken op de wanden van TENT werden acht kunstenaars en een collectief uitgenodigd. Jan van de Pavert en Olphaert den Otter toonden hun diepgaande interesse in (kunst)geschiedenis, Simon Schrikker en Bima Engels drukten zich uit in een expressionistische vormentaal, Freija Wisman gaf in gedetailleerde tekeningen van exotische dieren commentaar op groepsgedrag, Bas Zoontjes en Ewoud van Rijn lieten in hun werken van desolate omgevingen een stadium van een wereld zien die zijn natuurlijke kanten leek kwijtgeraakt, Lidwien van de Ven presenteerde haar introverte zwart/wit foto’s, gemaakt in het Midden-Oosten, het collectief Antistrot weerspiegelden de stroom van beelden, indrukken en verleidingen waaraan wij dagelijks worden blootgesteld.

Blurrr (09.09, 2009 – 15.11, 2009)
TENT vierde dit najaar haar tienjarig bestaan en presenteerde van 9 september tot en met 15 november 2009 de jubileummanifestatie Blurrr. TENT laat een nieuwe culturele praktijk zien waarin de jonge kunstenaar de grenzen van verschillende disciplines voorbijgaat en zich presenteert als homo universalis 2.0. Al sinds de renaissance stelt de kunstenaar zich op als alleskunner en bestrijkt zijn werk meer terreinen dan alleen de beeldende kunst. Toch lijkt dankzij de mogelijkheden van het internet het multitasken ongemerkt de belangrijkste basis van het kunstenaarschap te zijn geworden. Kunstenaars zijn tegelijkertijd performer, zanger of vormgever. Ze werken afwisselend samen in collectieven, duo’s en groepen. Zij delen hun kennis of werk op netwerksites als Facebook, Hyves of MySpace en geven het publiek een actieve rol in hun werk. Met Blurrr stelt TENT de vraag: Welke consequenties heeft dit voor hun artistieke praktijk en hoe zet deze beweging zich voort? En hoe moet de tentoonstellingsruimte zich tot kunstenaars verhouden die steeds een nieuwe presentatievorm kiezen?

TENT in het Gemaal op Zuid (01.01.2009 – 31.12.2012)
Het Gemaal op Zuid is de noemer waaronder Kosmopolis, TENT en Historisch Museum van januari 2009 tot januari 2013 een gevarieerde kunst- en cultuurprogrammering ontwikkelden. In Rotterdam Zuid werd een specifieke grootstedelijke situatie zichtbaar, die in zekere zin als exemplarisch kon worden beschouwd voor de ontwikkeling van de nieuwe Nederlandse samenleving. Wat dat betreft stond Rotterdam aan de vooravond van een van de grootste transformaties: vrijwel het gehele zuidelijke deel van Rotterdam werd opnieuw ingericht, zowel stedenbouwkundig als sociaaleconomisch.
De programmering van ’t Gemaal onderzocht hoe nieuwe manieren van omgang met erfgoed combineren met actuele kunstpraktijken en het bereiken van nieuwe publieksgroepen. De tentoonstellingen en events van TENT in Het Gemaal zijn te vinden in het archief op de homepage.

Han Hoogerbrugge – La Grande Fête des Voyeurs (26.01 – 18.03.2012)
La Grande Fête des Voyeurs is het eerste overzicht van de Rotterdamse kunstenaar Han Hoogerbrugge. TENT presenteerde zijn interactieve animaties, videoprojecties, diaseries en tekeningen van de afgelopen vijftien jaar. Van het pioniersstadium waarin Hoogerbrugge met eenvoudige computerprogrammatuur bewegende animaties maakte, tot de verfijnde computertechniek waarmee hij het publiek in beweging brengt om zijn games te spelen. Hoogerbrugge is uitgegroeid tot een prominent voorbeeld van een hedendaagse cross-mediale kunstenaarspraktijk, waarin de grenzen tussen virtueel en reëel, tussen droom en nachtmerrie, tussen high en low art, niet bestaan. Met grote regelmaat zijn de tekeningen en animaties van Hoogerbrugge te zien op festivals, tijdens popconcerten, in kranten en magazines, maar ook in musea, expositieruimtes en galeries.

Libia Castro & Ólafur Ólafsson – Asymmetry (07.02 – 12.05.2013)
TENT presenteerde de eerste omvangrijke solotentoonstelling in Nederland van Libia Castro & Ólafur Ólafsson (Rotterdam/Berlijn). Het werk van het kan gezien worden als een doorlopend onderzoek naar de wijze waarop het leven, de maatschappij en het individu worden beïnvloed door socio-economische en politieke factoren. ‘Asymmetry’ toonde een overzicht van hun installaties, videowerken, foto’s en objecten uit de afgelopen tien jaar, waaronder de muziekvideo’s Caregivers en Lobbyists, en de campagnes Il Tuo Paese Non Esiste (Your Country Doesn´t Exist) en ThE riGHt tO RighT. ’ThE riGHt tO RighT’ werd gelanceerd tijdens de 7e Biënnale in Liverpool in 2012. Een monumentaal neonwerk van veertien meter lang liet afwisselend de tekst ThE riGHt tO RighT en ThE riGHt tO WrOnG lezen, en bevroeg zo de essentie van (mensen)rechten en de ermee samenhangende retoriek. Het neonwerk van Castro en Ólafsson is een provocatief gebaar dat wijst op de paradoxen van recht en vrijheid. De presentatie werd samengesteld door gastcurator Adam Budak. Bij de tentoonstelling werd tevens een driedelig symposium georganiseerd.

Anne Wenzel – The Opaque Palace (06.02 – 05.05.2014)
The Opaque Palace transformeerde de ruimtes van TENT tot een totaalinstallatie waarin de monumentale sculpturen van Anne Wenzel (DE, woont en werkt in Rotterdam) de grote thema’s uit haar werk – macht, destructie, heroïek, historie – samenhangend verbeeldden en een nieuwe serie sculpturen werd geïntroduceerd. Wenzel werkt al meer dan tien jaar aan een onderscheidend oeuvre van monumentale keramische beelden en installaties waarin schoonheid strijdt met verval, figuratie met abstractie, macht met destructie. Kenmerkend is haar eigenzinnige omgang met materiaal en techniek: door te experimenteren met extreme formaten, chemische toevoegingen en radicale vervormingen zoekt zij de grenzen op van het medium sculptuur. Inspiratie voor haar werk vindt Wenzel in historische bronnen, films en literatuur, maar ook in de media: bijvoorbeeld in actuele beelden van natuurrampen, aanslagen en oorlogsgeweld. Haar aandacht voor universele onderwerpen verbindt haar met een groeiende groep kunstenaars die aan de postmoderne ironie voorbijgaat en zich opnieuw durft uit te spreken over existentiële thema’s.

The Value of Nothing (04.09 – 16.11.2014)
De manifestatie The Value of Nothing bestond uit een groepstentoonstelling, vijf nieuwe projecten, Fieldwork Residencies en een intensief publiek programma over verschuivingen in het denken over het begrip waarde en economie, en de positie van kunst daarin. In de nasleep van de globale economische crisis wordt een aantal vragen steeds urgenter: hoe kunnen we naast de gangbare financieel-economische maatstaven tot andere invullingen van het begrip waarde komen? Wat zijn mogelijke andere vormen van economische uitwisseling? En wat betekenen die alternatieven voor de manier waarop waarde zich manifesteert? The Value of Nothing toonde kunstenaarspraktijken en projecten die voortvloeien uit, of zich concentreren op, afwijkende economieën, nieuwe waardesystemen en alternatieve werkstrategieën. De kunstenaars in The Value of Nothing legden waarde bloot op plekken waar de reguliere markt aan voorbij gaat, zoals Jeanne van Heeswijk in de Afrikaanderwijk, of lieten zien hoe handel in een globale economie ook niet-monetaire culturele uitwisseling betekent zoals het artistieke wisselkantoor van Meschac Gaba. Anderen verdiepten zich in de filosofische gedachte achter de distributie van goederen en tonen de schoonheid daarvan, zoals Remco Torenbosch, of reikten concrete mogelijkheden aan voor het ontwijken van belasting, zoals Paolo Cirio.

informatie